Het is nacht. Ik woon in Overvecht, de flattenwijk in Utrecht Noord. Op de bovenste verdieping want ik houd van ver kijken. Het liefste zou ik buiten wonen, in een rivierengebied, waar de luchten vol met wolken zijn en het licht geen dag hetzelfde. Ik ben een natuurmens, maar daar wonen zit er nou eenmaal niet in. Dit is een haalbaar en betaalbaar alternatief. Hoog boven de stad. Aan de voorkant onder mij het parkje met zwerfvuil, schreeuwende kinderen en te jonge moeders. Iets verderop het kinderboerderijtje, ingeklemd tussen de ringweg en dominorijen van nog meer flats als deze. Aan de achterkant de parkeerplaats en het winkelcentrum uit de jaren 60 met de pizzaboer, shoarmatent en videotheek. Dat is wat ik zie als ik naar beneden kijk. Maar als ik recht vooruit kijk of omhoog zie ik de horizon met daarboven de lucht. Wolken en licht trekken in slow motion voorbij. De flat heeft ramen over de gehele breedte en dat geeft een fraai panorama. Zolang je recht vooruit kijkt of omhoog. De laatste weken schrik ik af en toe hard wakker. In de woonkamer. Naakt. Het blijkt dat ik slaapwandel. Waar ben ik? Waar was ik? Maar de schrik zit er vooral goed in omdat ik bang ben nog eens een keer buiten komen te staan of bloot in het trappenhuis. Zonder sleutels. Vannacht schrik ik wakker omdat ik val. Ik dacht op de wc te gaan zitten maar blijk in de douche te zijn, de ruimte ernaast. Ik beland keihard op de granieten vloer.

 

De laatste maanden, en als ik heel eerlijk ben de laatste jaren,

komt af en toe de gedachte op dat ik eigenlijk minder of anders zou moeten drinken.

 

Ik slaapwandel niet zomaar. Ik slaapwandel beneveld. Ik drink graag een glas wijn. Het hoort bij mijn leven. Ik werk in de kunst en cultuur. Zo doen we dat daar. Niemand kijkt er raar van op als je een keer een kater hebt of aangeschoten bent. Zo doen we dat. Zo doe ik dat. Hard werken, thuiskomen, glaasje wijn, eten koken, nog een glaasje wijn en tegen de tijd dat ik naar bed ga is de fles leeg. Soms is het zo'n avond dat ik een tweede fles open maak. Niet elke dag, wel twee keer per week. Dat zijn van die avonden dat ik daarna wandel in mijn slaap. De laatste maanden, en als ik heel eerlijk ben de laatste jaren, komt af en toe de gedachte op dat ik eigenlijk minder of anders zou moeten drinken. Ik probeer dat ook vaak. Een dag niet. En dat lukt ook best een enkele keer. Maar al die andere dagen niet. 

Soms popt het idee op dat niet drinken beter voor me zou zijn. Maar dat is uitgesloten. Onmogelijk. Wie ben ik dan? Hoe kan ik dan nog met mijn vrienden zijn? Waarom zou ik mijzelf iets moeten ontzeggen wat ik gewoon ontzettend lekker vind? Ik ben toch een levensgenieter? En bovendien, ik ben toch geen alcoholist? De klap op de granieten vloer blijkt de volgende dag een gekneusde stuit en lelijke blauwe plekken op te leveren. Ik neem me opnieuw voor vandaag niet te drinken. Maar ik heb een vervelend gesprek op mijn werk. ik voel me niet gezien en serieus genomen. Eigenlijk voel ik me niet capabel in mijn baan. Ontoereikend. Als ik 's avonds thuiskom denk ik: ’fuck it! Morgen. Of volgende week. Dat is een beter moment om het beste meisje van de klas te zijn. Nu wil ik het even leuk hebben. Even ontspannen.’ *Plop*.

 

 

Om heel eerlijk te zijn; de laatste 7 maanden heb ik dagelijks bijgehouden wat ik drink. Heel eerlijk. Eenheden geteld, geen glazen. Zo eerlijk. Het is een soort lotto: 8-6-3-7-0-13-6-6-6-9-12-0-14-5. Een paar dagen daarna pak ik, nog steeds met zere stuit, het lijstje er weer bij. In mijn pijnlijke lijf voel ik de realiteit: ik kan hier in mijn eentje niet iets aan veranderen. Ik kan tellen wat ik wil, maar zonder hulp blijf ik in een cirkel ronddenken en doen. Ik besluit een weekendcursus te gaan doen. Een groep. Al jaren lang kom ik regelmatig op de site van De Helderheid. Ik lees hun werkwijze en filosofie. Het spreekt me aan. Ik heb de boeken uit hun literatuurlijst gelezen. Goeie boeken! Aantrekkelijke visie! Ik had gehoopt dat het lezen van de boeken genoeg zou zijn, dat het dan vanzelf zou gaan, mijn verandering en dat de behoefte aan drank als vanzelf zou afnemen. Helaas. Ik meld mij aan voor een groep (’oh help!’) 11 dagen later. Baat het niet, dan schaadt het niet. Zo dacht ik. Dus ging ik. Bibbers in mijn benen, vol schaamte.  

 

Door dingen te zeggen die daarvoor alleen in mijn hoofd hadden rondgespookt

voelde ik me een stuk lichter.

 

Dat weekend veranderde mijn leven. Ik had mijzelf altijd gezien als een bewust wezen maar ontdekte daar en toen dat dieper en ‘echt’ bewustzijn tot stand komt in contact met anderen. Zaken hardop uitspreken maken ze ontzettend waar. Of juist heel erg onwaar. Door dingen te zeggen die daarvoor alleen in mijn hoofd hadden rondgespookt voelde ik me een stuk lichter. Gebeurtenissen uitspreken tegen anderen, er lucht aan geven, bleek letterlijk een opluchting. Mijn last werd minder zwaar. Ik was niet alleen. Ik voelde mijn hart. Ik voelde mijn potentie en essentie. Alles waar ik toe in staat ben, talenten, vermogens, vrolijkheid en levenslust. Ik begon te zien hoeveel angst er eigenlijk is. Hoe bang ik vaak ben. Hoe ik gewend was geraakt om met een soort krampachtige controle mijn leven te leiden, mijn dingen te doen, mijn vrienden en familie te ontmoeten, mijn toffe werk uit te voeren. 

Na dat weekend besloot ik om 3 maanden niet te drinken, daarna zou ik wel verder kijken. In die periode was ik ontiegelijk moe, viel een paar kilo af en mensen om mij heen zeiden: ’Wat zie je er goed uit, wat is er met je gebeurd?’. Er waren momenten dat ik verschrikkelijk, ontzettend, onnoemelijk graag wilde drinken. Zo hing ik op een dag ineens in de Konmar rond in het gangpad met de wijn. De 5 weken ervoor had ik het vermeden en nu, plotseling, was ik daar. Ruim een kwartier heb ik gezocht, gesnuffeld en getwijfeld tot ik uiteindelijk een fles rioja in mijn wagentje zette. Op weg naar de kassa was ik vol tweestrijd. De innerlijke stemmen waren verwikkeld in een heftige discussie: ’Fuck it! Ik mag toch ook wel een keertje? Je denkt toch zeker niet dat je NOOIT MEER gaat drinken?’ En aan de andere kant: ’hmmm, jeetje ... dat is niet wat je met jezelf hebt afgesproken, Pee.’. Op de achtergrond kon ik het slechte gevoel dat ik over mijzelf zou krijgen al voelen aankomen. Schuldig. Mijzelf verloochenend. Maar ook dat werd gepareerd: ’Ach Joh ... een kéértje moet toch wel kunnen? Eén keertje maar …’. In de rij bij de kassa, mijn kaken op elkaar geklemd. Ik ben aan de beurt. De spulletjes staan op de band. En ineens zie ik het. Hoe zielig eigenlijk. Hoe sneu dat flesje wijn, hoe eenvoudig het er uit ziet, hoe makkelijk het verkrijgbaar is, hoe mooi het etiket, hoe het symbool staat voor genieten van het leven, bourgondiër zijn. Dat ik daar altijd in heb geloofd. Ineens zie ik het. Hoe niksig het is. De leugens. Ik gris de fles uit de handen van de cassière en breng hem terug naar het schap. De mensen achter mij morren en schuifelen ontevreden. Jammer dan! Ik doe het niet! Licht, huppelend bijna, loop ik de supermarkt uit. Ik heb de fles niet gekocht, ben niet bezweken en wat is dat ongelofelijk, verschrikkelijk vrolijkmakend!

 

Ik ging mijn leven zien als een experiment.

 

Na die ervaring werd het makkelijker om niet te drinken. Het was alsof ik een battle had gestreden, een beproeving had doorstaan. Aan de buitenkant was het niet zichtbaar maar innerlijk had een grote verschuiving plaatsgevonden, een versteviging van mijn fundament. Ik ging mijn leven zien als een experiment, ging er naar mijn ervaringen kijken als naar de wolken en het licht, ontdekken hoe het was om niet te drinken bij een spelletjesavond met mijn vrienden, een pizza-avond met vriendinnen, een verjaardagsvisite met familie. En ik realiseerde me hoezeer alcohol verbonden is aan rituelen. Hoe een strandwandeling in de herfst mij aan rode port doet denken, kerst aan rode wijn, oud en nieuw aan champagne, witbier in het voorjaar, rosé in de zomer. En ik bedacht: als ik dit experiment echt serieus en volledig wil doen moet ik een jaar niet drinken. En na dat jaar kijk ik wel. Zo deed ik het. 

 

 

Na dat jaar stelde ik mijzelf de vraag; ’Was het leven nou leuker of minder leuk zonder alcohol?’ Deze vraag was cruciaal omdat ik mij altijd had bedacht dat het zonder alcohol niet leuk zou zijn, dat ík niet leuk zou zijn maar saai en suf en kleurloos. Mijn antwoord was dat het leven niet minder leuk was. Misschien wel leuker, maar daar kon ik ook niet echt volmondig en hartelijk ’ja’ op zeggen. Want hoe 'leuk' is het als je meer gaat voelen, meer vrolijkheid, meer echtheid, meer pijn, meer angst, meer frustratie, meer stress, meer vermoeidheid ... Niet zo 'leuk' maar wel heel 'echt' en vol en goed en waar en 100% Petra. Na dat antwoord was mijn conclusie eenvoudig: ik wil de natuurlijke werkelijkheid leven en dan voegt  alcohol voor mij niets toe. In tegendeel. Dus drink ik niet meer. En zo geschiedde.

 

Nog steeds wil ik leren en delen en nog steeds gaat het over dezelfde leidende principes.

 

Het radicaal stoppen met alcohol had een gedaanteverandering teweeg gebracht en ik was razend nieuwsgierig naar het vervolg. Ik wilde meer van dit. Ik wilde meer leren en meer delen met anderen. Bij de Helderheid ging ik assisteren, werd ik trainer en gaf uiteindelijk zelfstandig groepen. Ik ging psychosynthese studeren, behaalde mijn bachelor diploma en beoefende het pad van tantra. Zo vergaarde ik de afgelopen 15 jaar ervaringen, kennis, inzicht en relaties. Nog steeds wil ik leren en delen en nog steeds gaat het over de leidende principes die mijzelf, in 2003, houvast en richting gaven. In deze reeks artikelen zet ik die leidende principes uiteen.

 

Dit is het eerste deel van de artikelenreeks over leidende principes in onze trainingen. Heb je een tip voor publicatie elders van dit artikel of deze reeks? We houden ons aanbevolen!